De titel van dit artikel is: politie toelaten tijdens een kerkdienst? Weet u het antwoord zonder verder te lezen?

Het is een doordeweekse avond in coronatijd. Alle niet-essentiële winkels, culturele instellingen, horeca, etc. moeten sluiten om 17.00 uur. Maar vanwege bescherming van godsdienstvrijheid geldt deze verplichting niet voor kerken (en synagogen, moskeeën, etc.). Artikel 6 van de Grondwet zegt hierover: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’ (Grondwet). Kerkenraden zijn juridisch vrij om zich al dan niet te houden aan de coronamaatregelen van de overheid, zoals het dragen van een mondkapje (Rijksoverheid, CIO). De anderhalve meter afstand is wel verplicht voor kerken (CIO).

Op die doordeweekse avond vindt er in een kerk een kerkdienst plaats. Gezien de omvang van de kerk kunnen er honderden kerkgangers in de kerk op anderhalve meter afstand van elkaar plaatsnemen. Kerkgangers dragen al dan niet een mondkapje bij het verplaatsen door de kerk. De kerkenraad kan het dragen van mondkapjes namelijk adviseren, maar kan om dezelfde grondwettelijke reden in principe geen mensen de toegang weigeren, tenzij het expliciet in de huisregels is opgenomen. Dan meldt zich een politieambtenaar die de koster vraagt: hoeveel mensen zitten er eigenlijk in dit gebouw? Nu zijn 50 mensen in een kerk makkelijker te tellen dan bijvoorbeeld 450, dus op die vraag moet de koster het antwoord schuldig blijven. Daarom nodigt de koster de politieambtenaar vriendelijk uit om poolshoogte te nemen in de kerk. Mag de politieambtenaar om deze reden de kerk betreden?

Dan moeten we opnieuw de wet raadplegen. Mocht er sprake zijn van een misdrijf, dan mag zowel in geval van ontdekking op heterdaad als buiten dat geval iedere opsporingsambtenaar, ter aanhouding van de verdachte, elke plaats betreden (Wetboek van Strafvordering, artikel 55). Er is echter in de Algemene wet op het binnentreden (artikel 12) een uitzondering gemaakt: ‘In de gevallen waarin het binnentreden van plaatsen krachtens een wettelijk voorschrift is toegelaten, geschiedt dit buiten het geval van ontdekking op heterdaad niet in de ruimte bestemd voor godsdienstoefeningen of bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, gedurende de godsdienstoefening of bezinningssamenkomst.’

Om deze reden mocht de politie tijdens de MKZ-crisis in 2001 een stal niet ruimen, omdat daar een permanente kerkdienst werd gehouden (Digibron). Ook een 3 maanden durende kerkdienst mocht niet door de politie worden betreden. Deze dienst duurde zo lang om te voorkomen dat uitgeprocedeerde asielzoekers uitgezet zouden worden (Omroep West).

Ook in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden staat in artikel 9 de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst benoemd. De letterlijke tekst is: ‘Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften. De vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.’)

Mocht een politieambtenaar toch een kerkdienst betreden en deze verstoren, anders dan om een aanhouding op heterdaad, dan is deze volgens het Wetboek van Strafrecht zelfs strafbaar (WvS, artikel 146). Om overtreding van de wet te voorkomen is het goed dat niet alleen de politieambtenaar de wet kent, maar ook de koster en kerkenraad.

Maar, en dit is belangrijk, de koster in dit voorbeeld nodigde de politieambtenaar uit om de kerk te betreden. In dat geval gaat bovenstaande niet op, want de politieambtenaar wordt uitgenodigd. Hetzelfde geldt als een politieambtenaar vraagt of hij binnen mag komen en de koster geeft, gastvrij als hij is, toestemming, dan is dat wettelijk gezien voldoende om binnen te treden, ook tijdens een kerkdienst. De vraag van een politieambtenaar ‘mag ik even binnenkomen’ is daarmee een formeel verzoek.

Het antwoord op de vraag ‘Politie toelaten tijdens een kerkdienst?’ is nu duidelijk: alleen in geval van een misdrijf op heterdaad mag de politie de kerk binnenkomen en na toestemming of op uitnodiging van een functionaris van de kerk. Daarom is het beter om de politieambtenaar uit te nodigen voor een vervolgafspraak op een later moment, bijvoorbeeld op maandag. Niet alleen omdat als de politieambtenaar eenmaal binnen is hij niet naar buiten gestuurd kan worden, maar ook omdat binnentreden tijdens de eredienst veel onrust kan veroorzaken.

Daarom: het is belangrijk dat kosters en kerkenraad de wet ook in deze goed kennen en toepassen. Laat ze bij twijfel eerst intern overleggen of aan de politieambtenaar vragen wat het gevolg is van het binnenlaten.

Bovenstaande neemt niet weg dat het ook voor kerken belangrijk is te investeren in een goede relatie met de politie en met name de wijkagent. Elkaar leren kennen levert alleen maar winst op.

NB. Vooral handhaving is actief met het controleren van de coronaregels. Voor handhaving geldt ongeveer hetzelfde als hierboven beschreven is.
NB. De burgemeester mag volgens de Wet publieke gezondheid aanwijzingen geven voor besloten plaatsen, waaronder kerken. Bevoegde handhavers mogen de besloten plaats betreden (ook tijdens de kerkdienst) om te controleren of de beheerder van de besloten plaats de noodzakelijke zorgplicht betracht. In geval van ‘ernstige vrees voor de onmiddellijke verspreiding van het coronavirus, kan de burgemeester de bevelen geven die nodig zijn voor de beëindiging van de gedraging of activiteit en de daar aanwezige personen bevelen zich onmiddellijk te verwijderen’ (WPG, artikel 58n). De wetgever verkiest in de meeste gevallen terughoudend optreden, er is echter wel een wettelijke grondslag om ook tijdens een kerkdienst op te treden als de gezondheid van de kerkgangers ernstig in gevaar komt. In deze casus was dit niet aan de orde, maar deze wet is voor de volledigheid opgenomen in dit artikel.

De casus is fictief, maar zou echt gebeurt kunnen zijn.

Met dank aan M.M.J. van der Ende Veiligheid & Training